Om 11.45 uur hebben we een afspraak in het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam met een
kindercardioloog. Zij geeft een heldere uitleg wat er precies met ons kindje aan de hand is.
De aorta komt in de rechterkamer van het hartje uit, dit is de zuurstofarme kamer en de longslag-
ader komt in beide hartkamers uit, deze hartafwijking wordt Transpositie van de grote vaten genoemd.
Naast deze afwijking zit er ook een gat (VSD) tussen de rechter- en de linkerkamer en het hartje zit
aan de rechterkant in plaats van aan de linkerkant (dextrocardie). Omdat het best lastig uit te leggen is, hebben we
hieronder wat uitgebreidere informatie gezet.
Eerst even een stukje informatie van de bouw en de werking van het normale hart
Om te functioneren heeft ons lichaam zuurstof, energie en bouwstof- fen nodig. Via het bloed bereiken deze stoffen de verschillende cellen en weefsels van ons lichaam. Het bloed wordt rondgepompt door het hart. Het hart is een holle spier, die vier ruimtes heeft: twee kamers (ventrikels), twee boezems (atriums) en vier kleppen, zodat het bloed bij het pompen de goede kant op gaat en niet kan terugstromen. Het tussenschot tussen de linker- en de rechterhelft van het hart houdt de omloop van bloed mét en zonder zuurstof gescheiden.
Bij ons kindje komt de aorta in de rechterkamer (zuurstofarme kamer) uit en de longslagader in beide kamers. Deze afwijking heet Transpositie van de grote vaten. Hieronder volgt een stukje uitleg.
Transpositie van de grote vaten

Transpositie van de grote vaten, of kortweg transpositie, is een aangeboren hartafwijking waarbij de twee slagaders (de arteriën) omgewisseld uit het hart komen. De longslagader komt dus uit de linkerkamer en de aorta komt uit de rechterkamer.
Dit is een verkeerde bloedsomloop. Het betekent dat het zuurstofarme blauwrode bloed rondstroomt tussen het lichaam en het hart, zonder nieuwe zuurstof te krijgen. En het zuurstofrijke rode bloed stroomt rond tussen de longen en het hart, zonder dat de zuurstof wordt ver- bruikt.
Zonder verbindingen tussen de beide helften van het hart, waardoor het bloed uit de beide bloedsomlopen kan mengen, zou het blauwrode bloed in het lichaam steeds minder zuurstof gaan bevatten. Maar gelukkig heeft een pasgeboren kind twee verbindingen tussen de longcirculatie en de lichaamscirculatie, die nog een aantal dagen tot weken open blijven:
• het foramen ovale, de ovale opening tussen de beide boezems
• de ductus Botalli, een verbinding tussen de longslagader en de lichaamsslagader.
Een kindje in de moederbuik gebruikt deze natuurlijke ‘kortsluitingen’, omdat het dan niet zelf ademt en het bloed dan heel moeilijk door de longen heen kan stromen.
Via deze ‘kortsluitingen’ stroomt bij een pasgeboren baby met een transpositie dus toch nog voldoende bloed tussen de longcirculatie en de lichaamscirculatie zodat het kind in leven blijft. Omdat er bij een transpositie wel heel veel zuurstofarm bloed naar het lichaam stroomt, krijgt het kind een grauwblauwe kleur, meestal aan de handen, de voeten, de lippen en in de mond. Door deze verkleuring zal de verloskundige of de arts al snel aan een hartafwijking denken, ook al kan de arts aan het hart meestal geen geruis horen.
Het gaat dus om een ernstige en vrij zeldzame hartafwijking. De kindercardioloog geeft aan dat de afwijking wel operabel is, maar dat ze (uiteraard) geen garanties kunnen geven.
Ook geeft ze aan dat de bevalling in het Sophia Kinderziekenhuis plaats zal moeten vinden en dat er na de geboorte eerst met een echo wordt gekeken of alle bevindingen van nu zijn zoals ze zijn. Kortom erg spannend dus!
bron: Nederlandse Hartstichting